Henk Knibbeler Natuurfotografie en Poëzie

Stuur e-mail mail_outline Even uitstel van de wekelijkse column en foto's in de rubrieken. 

Beste lezers en bezoekers van mijn website! U zult zich wel afvragen waar de columns blijven van afgelopen weken? Ook de foto's bleven achterwege.

Welnu, de rede hiervoor is gelegen in het feit dat mijn gezondheid me flink heeft verzwakt, mede door een hernia operatie en daarna nog eens een bacterieële infectie met  operaties die mij bijn 2 maanden in het ziekenhuis hebben gehouden.

Mijn excuses hiervoor, maar dat was overmacht. Ik ben nu aan het revalideren en het gaat langzaam vooruit. 

Nog even geduld dus en ik beloof u dat de columns de moeite van het lezen waard zullen zijn!

Met vriendelijke groeten,


Henk



Stuur e-mail mail_outline Gele mosterd.. 

Gele mosterd..

Afgelopen week fietste ik van Vogelwaarde naar Kloosterzande en zo naar de Westerschelde toe. Onderweg een rijke berm aan weerszijden van het fietspad. Ter hoogte van Hengstdijk stonden een paar fietsers met belangstelling te kijken naar de gele kleurenpracht van Gele mosterd. Ik hoorde ze spreken over het Koolzaad en stopte. 

Koolzaad groeit in het voorjaar zei ik en dit is Gele mosterd, een gewas wat als groenbemester door de boeren wordt gebruikt. Het andere onkruid krijgt dan veel minder kans en het gewas is na een paar dagen vorst heel goed om te ploegen. Wel genieten zeiden ze van dit mooie landschap en overal zie je deze gele akkers glunderen in de zon.

Weer terug op de fiets zag ik links en rechts allemaal bloeiende planten, dat bij bijna half oktober en een temperatuur van 25 graden! Groot kaasjeskruid, Dille, Grasklokje, Duizendblad, Rode klaver, Grote pimpernel, Herderstasje en nog veel meer. Intussen vlogen er heel veel kleine vinkachtigen in groepjes hoog over mij. Volop trek dus zo vlakbij de Westerschelde. 

Bij Perkpolder aangekomen bezocht ik de nieuw aangelegde inlaag of kom die ervoor moet zorgen als er ooit een vloedgolf zou komen het water daar in kan stromen. Op de basaltglooïng een geel tapijt van Bezemkruiskruid. Het was laag water en op de slikken fourageerden veel Kokmeeuwen, Wulpen en Watersnippen. Ook de Smienten lieten zich horen met hun fluittoontje, heel mooi! 

Bijzonder was de waarneming van de Tapuiten die fourageerden op de dijk, steeds met zijn tweetjes, maar wel op diverse plaatsen tussen het Bezemkruiskruid. Toch heerlijk als je samen zo kunt genieten, zou ik ook wel willen, maar dan tussen de Gele mosterd ...


Henk   


Stuur e-mail mail_outline De jaren zestig.. 

De jaren zestig..

Ik heb even moeten nadenken waar ik mijn eerste column over zou schrijven. Je kunt wel een aantal gebeurtenissen van afgelopen week tegen het licht houden, maar ik koos toch voor een andere begin. 

De reden daarvoor is gelegen in het feit dat ik nogal wat krantenberichten lees van ecologen in de Provincie Zeeland dat de natuur het zwaar heeft en  dat er veel achteruit gaat in de natuur. Ik ga terug naar begin jaren zestig toen ik nog in Dorst woonde met mijn moeder en het gezin. Vader was een paar jaar ( in 1961 ) overleden en wij gingen als een aangeslagen gezin rondom moeder weer verder met ons leven zo goed en kwaad als dat kon. In Dorst had je toen zeer uitgebreide boscomplexen en de leemputten waar leem werd gewonnen voor de steenfabrieken in Dorst en in Rijen.  

Voor ons als jeugd was dat een waar eldorado om na schooltijd en in de vakanties te spelen en al doende de natuur te ontdekken met een paar vrienden. We waren 12 jaar en haalden ook kattenkwaad uit. Zo kaapten wij het leemtreintje dat van de leemputten naar de steenfabriek reed, bonden we jonge Houtduiven boven in de bomen vast op hun nest en als ze goed vet waren gaven wij ze aan de plaatselijke stroper en kregen dan een kwartje! Maar we vielen ook uit de bomen hoor, maakte vuurtjes met lucifers die we bij Cor op de boerderij van de schoorsteen mee gristen en schoten met pijl en boog op het reewild die we nooit raakten. Dat was achteraf het begin van onze liefde voor alles wat de natuur was en gingen we over tot het waarnemen vanuit hoge posten in de bomen.

Moeder verhuisde met het haar gezin naar Zeeuws-Vlaanderen in 1964, zomaar ineens was ik mijn vrienden kwijt, mijn habitat en alle natuur. Hengstdijk was de plek waar wij terecht kwamen, bij Opa en Oma, moeders ouders en haar familie. 

Oh, wat erg vond ik dat, dit land verdronken in de klei, kaal en zo weids, winderig vol kreken en polders waar je in kon verdwalen tussen de populieren en dijken.

Mijn grootvader nam mij mee naar de Vogelkreek waar hij een visstoep had tussen het riet en om ons heen kwetterde de Grote karekiet en vlogen Roerdomp en IJsvogel vlakbij ons weg. Hij vertelde tijdens het vissen over de vogels en planten, de Grote Putting, een weidegebied waar heel veel vogels en planten voorkwamen. Ik was mijn vrienden kwijt en schreef met ze op en neer. Dat duurde even en toen moest ik zelf verder, begon de schoonheid te ontdekken van de streek. fietste naar school in Hulst en zag onderweg allemaal andere vogels en planten. 

Met mijn vogelboekje 'wat zie ik daar' van Dr. H. van Dobben wat ik in 1961 kreeg voor mijn verjaardag schreef ik mijn waarnemingen allemaal op. Opeens ging een nieuwe wereld voor mij open. De Grote Putting werd mijn studieterrein. Ik ging de duizenden wilde ganzen tellen voor het RIVON in Zeist. Dr. Perdeck kwam speciaal naar Hengstdijk en bracht wetenschappelijke werken mee en telmodellen en zo meer. We trokken de Putting in samen en hij leerde mijn het tellen, wat een ervaring was dat.

Later volgde een complete studie naar het paar- en broedgedrag van de Kievit ( Vanellus vanellus L.) voor hen, wat ik 3 jaar heb gedaan. Intussen maakte ik ook kennis met Hendrik van de Zande uit Clinge, een politieman die in het Verdronken land land van Saeftinghe gids was en groepen mensen meenam het enorme getijdegebied in. Vele tochten mocht ik mee , soms met z'n tweetjes en we leerden elkaar heel veel dingen. Ik maakte 8mm filmpjes en ging met mijn jongere broer Jan het gebied in, want ik mocht dat na een tijdje, kende de gevaren van het getijdegebied. Maar we zagen zoveel toen, steltkluten, heel veel plevieren van allerlei soorten en prachtige flora.

Nu, in 2018, zoveel jaren verder lees ik de verhalen van die ecologen, jonge mensen nog die nooit die ervaingen hebben meegemaakt van de rijkdom die de streek in zich droeg. En toch zijn er nog heel veel waarden over, broedt de Grutto er nog volop, zijn er wel minder Kievieten, maar nog volop zangvogels en is de flora nog zeer rijk. Heel veel wilde orchideeën, paddenstoelen en is het landschap mij nog steeds lief. 

En afgelopen week met die fraaie nazomerdagen trof ik een Visarend op het Groot eiland aan, jagend en duikend naar prooi, wat een prachtig gezicht. Thuis gekomen kon ik niet anders dan die dag vastleggen in een gedicht.


Henk.          



Stuur e-mail



* Invoer verplicht
Website by Folibee