Henk Knibbeler Natuurfotografie en Poëzie

 

Gedichten

 

 

Voorwoord poëzie

 

 

Ik schrijf reeds vanaf mijn 12e levensjaar poëzie. Het is begonnen na de plotselinge dood van mijn vader. Het was in 1961 een heel andere tijd en mijn moeder had de zorg voor 7 kinderen. Als oudste kon ik haar zoveel mogelijk bijstaan en helpen, maar je bent ook nog een kind, moet naar school en zij kon niet genoeg aandacht schenken aan de oudsten. Ik ging schrijven, trok de natuur in en zo kwam ik in mijn eigen leefwereld terecht waar ik het verlies van mijn vader mee kon verwerken. Het begon met cahiers vol schrijven, toen nog veel op rijm, later werd de poëzie voor mij een metafoor waar ik mij aan vast kon houden en alles van mij af schreef. In al die jaren zijn er zo'n 2250 gedichten geschreven en prozastukken, verdiepte ik mij in andere dichters en mijn grote favoriet was en is nog altijd Rutger Kopland. Maar ook Remco Campert, Vasalis, Hugo Claus en Wislawa Szymborska. Hagar Peeters, Hans Andreus, Jean Pierre Rawie, Neeltje Maria Min enz. Met sommigen stond ik op de podia tijdens poëziefestivals in Nederland en België. Tot op de dag van vandaag schrijf ik poëzie en combineer het graag met mijn fotografie waarbij de beelden soms synchroon lopen met mijn gedachten. De combinatie van natuurfotografie, beleving en poëzie spreekt veel mensen aan, daar ben ik mij terdege van bewust!
 

De foto's bij de gedichten kunt u groter bekijken in de verschillende rubrieken. Wilt u een gedicht gebruiken, dan mag dat van mij, mits u mijn naam eronder plaatst. Veel leesplezier..

 

 

 

Henk Knibbeler, 2017.©all rights reserved

Levensduur 

Levensduur


In de vrieskou worden ze geboren 

waar het vandaan komt weet ik niet

hoe dan ook, de mist is de moeder

maar dan, wie zet het om in verschiet ?


De precisie en vormen zijn zo uniek

alle takjes en blaadjes zijn exact gelijk

uit het niets ontstaan in zoveel pracht

het ontwerp tart mijn ogenschijnlijk bereik


De zon wint uiteindelijk met zijn warmte

breekt dat wat geboren was weer af

weg is het leven van ijskoude wezentjes

ik adem nog, wacht op nieuws, ben bekaf




Henk©december 2017

Winterakkerse gedachten.. 

Winterakkerse gedachten..


Het zouden toch de brandganzen moeten zijn 

die afgestoken tegen de dorpen hun vluchten als

soldaten met een helm op en sabel in de aanslag

in formatie aan het grijze landschap verbannen


Waar einders beginnen groeit meestal de hoop, is

het verzamelen de moeite waard, spreken beelden

die je samen deelt door de horizonten heen, valt

een morgen niet slechts zelden open op een plek


Kijk mijn leger daar staan, een uitkijkpost op kop

kreken blinken als ijzige linten tussen roestig riet

als het even kraakt gaat de formatie de lucht in

met volle bepakking, de sabels langs de flanken


In scheervlucht passeren zij mij, stijgen hoog

om snelheid te maken, een V-formatie waardig

klaar om over velden en huizen in haakse bochten

het begin van de winter aan te kondigen, wit door


Groen en licht door donker en dan weer andersom

opdat wij beneden wakker blijven, gaan zaaien in

de bedden, bloemen knuffelen en liefdes erven van

ooit voorspelde leugens, nooit gekende waarheden



henk©knibbeler december 2017


De ontmoeting 

De ontmoeting


Klapwiekend droog ik mijn handen 

aan de onzichtbaar gulzige lucht

de spiegel zweet nog van het scheren

de rest is de wastafel in gevlucht


Zweterig loop ik mijn rondjes alvast

met een kop koffie in de appelgaard

spreeuwen imiteren het laatste nieuws

angst beklijft mij, tijd ontspaart…


Het park ligt schuin en ik loop scheef

zoek naar jouw sporen en je geur

parmantig blauw danst tussen struiken

ik wend mij af, herken de lichte kleur


Als er nu een fontein zou openbarsten

nam ik je hand en droeg je op armen

kuste je borsten, lippen en geweten

om je daarna weer in mij op te warmen


De winter mag komen, jij bent erbij

neem bladeren, licht en zijde maar mee

het huis ademt jou, vlokken vluchten

als we stil zijn dan horen we de zee…



Henk©december2017


Blauw 

Blauw


Nu de luchten zo strak blauw zijn 

koolmeesjes met hun jongen op sjouw

mis ik jou

in al dat blauw

het zomerblauw

wat zo mooi afsteekt tegen het groen

het zijn de lome dagen van niets doen

van hangen en kijken

naar vrouwen in het blauw

kinderen in het water

oudjes in de rouw

met al dat blauw bemin ik jou

mieters staat het hoedje op jou

met al dat blauw

vooral dat ene veertje

je bent een schat van een vrouw




Henk, aug.2017

Wederkerig 

Wederkerig


Iedere keer weer

Is het weer

Weer het gesprek

Van de dag

Of de nacht


Over en weer

Gaan ervaringen

Weerzien is soms

Meer dan weerachtig




Henk©nov 2017



On Every Street, een dansnacht met haar.. 

On Every Street, een dansnacht met haar..


Ik wil met je dansen, de hele nacht door

Het zweet op onze gezichten en lijven, je armen

Om mij heen en je ceintuur losjes

Op je jurkje, je voeten op de mijne


Op de muziek van Dire Straits het album

On Every Street, snel en langzaam, helemaal

Kijkend naar elkaar, naar de spotlights

Tot onder de morgen wil ik met je dansen


Je lichaam trilt, je bent een beetje geil

Ik voel je heerlijke huid, dat zachte

De muziek danst ons weg in weer een nummer

We swingen om elkaar, wat ben je een stuk


Ik kan je schrijven zoals ik dat wil schat

Je haar lekker wild, je ogen als Zeeuws blauw

Eindelijk heb ik je gevonden, jij, lief

Ik slaap tegen je oren en je zachte borsten


Maar de nacht is lang, Heavy fuel klinkt

En jij zwiert over de vloer tussen het volk

Ik ben je kwijt, maar je zweetdruppels herken ik

Boven de menigte, het zijn jouw liefdesparels


Die opspatten en onmiskenbaar zijn voor mij

Daar ben je weer en springt op mij, lekker ding

On Every Street maakt onze liefde klinkervast

Je gezicht in mijn handen, je lippen ontembaar



Luister de hele CD On Every Street en dans met mij de hele nacht!

https://www.youtube.com/watch?v=MWWjfA0dZdM


Henk©november 2017


Bij de Vogel, een Zeeuws-Vlaamse kreek - prozagedicht. 

Bij de Vogel, een Zeeuws-Vlaamse kreek - prozagedicht.


Paulus Potter schilderde de knotwilg met koeien

boerenzwaluwen tegen kroppende wolkenluchten

en zwierf met dit beeld door vele gangen. Zo ook

door die van mijn Opa en Oma in Hengstdijk


Tegenover het huis lag een modderpad naar de Vogel

een kreek in Zeeuws-Vlaanderen. Spelend en langs

de boerenstal lopend moest ik door een hek en kwam

op de natte weilanden. Laverend tussen vlaaien


Bereikte ik het water en proefde de brakke grond

Keek naar de knotwilgen en de koeien, zag een soort

schilderij. Toen kon ik dat niet beschrijven, die schoonheid

van het landschap, ik durfde er niet eens over te praten


Riet werd doorsneden door visstoepen, overal kwetterden

karekieten en tegen de zwoele zomerzon klonk de

roep van de koekoek. Kringen in het water trokken mij

ik zag mijn vader, ik greep naar wat er niet meer was


Maar de vreugde van de beleving was overweldigend

Ik aaide de koeien en plukte de korenbloemen gretig

Liep trots naar Oma en vulde haar hart met blauw, zei

dat ik het schilderij had gezien uit de gang, ze glimlachte



Luister bij dit gedicht eens naar 

 https://www.youtube.com/watch?v=x5k9ZdhCHUA



Henk©augustus2017


Bloemen voor de doden 

Bloemen voor de doden



Het is met de storm dat er weer liefde en vriendschap

binnenwaait, bladeren hun laatste strohalm verliezen

en een rondedansje maken aan de voet van een linde

ik zie haar gaan met een chrysant onder de arm, stil


Ligt de aarde, namen en jaartallen gaan voorbij, stenen

spreken niet, zij geven een houvast aan wat eens was

Steeds harder waait de wind, kromgebogen staan elzen

naar het oosten gericht, hier en daar dwarrelen linten


Maar de zon heeft een afspraak

dat er momenten zijn vandaag

om even te mogen doorbreken


Het licht te laten kaatsen, glans

op het roodbruine weer te geven

onverwachte momenten te koesteren


De lange mantel volgt, haar voile zwaait en vlagt terug

bij het hek staat een oudere man te treuren, zij vraagt


Met de hand op zijn schouder, ik zie het gebeuren terwijl

ik even daarvoor bij mijn vader over moeder heb staan praten



Henk©sept.2017


Geroezemoes 

Geroezemoes


Er komt geluid aan, vanaf het land 

patrijzen scheren in straffe formatie

over het pas geschoren maïsveld

het voelt koud en kil, huizen branden


Wijds geurt mijn land naar de stront

knotwilgen penselen nog met twijgen

aan de overkant van de rivier klinkt

een lied wat door de mist is verwekt


Mensen gaan met een brood onder

hun arm bij de slager binnen, staan

beurtelings te knikken, kletsen over

hun doden, kiezen ieder zijns weegs


Er komt geluid aan vanaf de zeekant

stemmen omringen kreken en sloten

ijsvlaktes kraken in de stilte, luister..

wat ben ik klein hier te mogen reizen




Henk©oktober2017


Romance in deux 

Romance in deux


Kijken en wachten op alles rondom jou

woorden strelen de muur en verdampen

soms lijkt chemie wel een utopie te zijn

voetstappen op fluweel een verademing


Zo hoog kijk ik uit op de donkere stad

regenvlagen vertroebelen het uitzicht

je lacht, je streelt en zingt een beleving

er schijnt nog licht in de oude kamer


Dit zijn bij jou was antiek, was warm als

mahoniehout, klonk niet hol, geurde

naar lentestof, naar zaad, naar je huid

deze dag gaat niet open maar verscheurd


Ons fysieke opgaan, de passie en tranen

waar moet ik nog zoenen, waar is nog plaats

als je terugloopt naar de keuken, de

ceintuur van je kamerjas met je meeslepend




Henk©2017 augustus.


Een roze wolk 

Een roze wolk


Waar zij gaat

Wil ik ook gaan

Dat schelpenpad

Wat knarst

Net als mijn hoofd


Haar tred die benen

Dat roze ergens

In een vrouw van

Verlangen en lust




Henk©nov.2017






Muze 

Muze


Alsof ik je al jaren zocht

tussen koren en luchten

einders liet slapen, vogels

het strand op liet vluchten


Waar jij danste in cirkels

je rok zwierend door zout

mijn woorden, mijn zinnen

door jou gekerfd in hout


Overal hoor ik je zingen

kijk ik mijn ogen naar je uit

schrijf mij, kneed mij, zeg

hoe inkt drenkt in mijn huid


Wees vooral je eigen mooi

lach en zwier, huil mij vast

omhels dat wat waarde kent

zo lief je naam in mij verkast




Henk©september 2017 voor mijn muze.


Spingaren 

Spingaren


Ik vergeet je niet, want een ooglach

van jou is nog nooit geëvenaard

als jij binnenkwam stak er een wind

op, zo zacht en heilzaam, zo bedaard


Brak het glas en wrong je in mij, ik

lag met jouw voeten in een spagaat

we dronken de wijn uit oude kruiken

en aten vingers van elkanders gelaat


Ik vergeet je niet, spijbel de uren en

schrijf mijn letters in een houten muur

heb je de tred van jezelf zien dansen

wapperend haar zo vlakbij het vuur


Dat ben jij, meisje bij de oude olmen

muurtjes en water, lantaarns en plein

nooit meer zal ik je nagels voelen, je

huid en sporen, je lippen ragfijn..



Henk©2017 september


Herfst in haar handen 

Herfst in haar handen


Alleen de vroege ochtenden

geven mij nog zonlicht

zij slaapt nog ergens terwijl

de regen begint te suizen


Regen spreekt ook, luister maar

praat met de beukenbladeren

en de paddenstoelen

ook zij schuilen bij elkaar


Mijn pad is kort, kastanjes vallen

honingzoet waren haar handen

de thee geurde naar jasmijn

wij namen geen blad voor de mond


Wat moet ik nog zonder haar, nooit meer

eenzaamheid en alleen zijn

mijn liefde, mijn vrouw van mijn leven

deze herfst begint te ver van je vandaan



Henk©september2017

En als de zomer.. 

En als de zomer..


En als de zomer..

En als de zomer haar kleuren

laat zien, het T-shirt in geel

met opdruk, " wat ben je blauw "

als de kattenstaarten bloeien


Wederiken jaloers hun geel

in de strijd werpen en hier en daar

een wielwebspin haar kabels

heeft gespannen, juffers van harte


Een lange paringsvlucht maken

gekoppeld de nacht ingaan..

En als de zomer haar kleuren dan

langzaam even dooft om te slapen..



Henk Knibbeler©juli 2017


Langs het vlas 

Langs het vlas


Het ruist in het vlasveld 

 alsof de bloemen huilen

 een zomer te heet op de klei

 toch zitten er vlasbolletjes


 Zij wiegen in de wind

 maken het veld tot een grote rammelaar

 als ik voorbij ga, zij drogen hun tranen

 wachten op regen


 Een gele kwikstaart vlindert voorbij

 past in het zomerbeeld

 als ik langs het vlas ga

 met mijn enige ziel onder mijn arm



Henk Knibbeler©juni 2017





Domies toen en de wind.. 




Als ik in het stille Groninger landschap de
wind met me meekrijg, de bomen en
struiken zoals kastanje, meidoorn en populier
zie blozen.

Alsof Ede Staal met de
poedersuikerbus heeft gestrooid, zijn
geest nog rondwaart in de sloten, bruidskleed
opgebolde paardenbloemenvelden. 

Dan is daar Pieterburen, waar Jonkers de kerk
bouwden. Kniel ik voor het Haarlems
klokkenspel, pluk de kruiden, snuif
aan de triomfantelijke seringentrossen
die alles parfumeren. En weer is de wind
mijn enige metgezel, slinger ik door
de kruidentuin en luister naar kikkers.

Daar is de thee, geuren sterven op het gras
en de Clematis bolt zich op tegen de muur.
Er roepen nog meer kerkjes op terpen, Ezinge,
Breede, zij allen staan verweerd op
de wind, hoor het zingen op het land.

Het zilveren gras wat buigt, kop tegen staart.
Mijn gesprek is aldoor luider, zwaluwen
scheren langs de lieflijke dijken, ik zie de wind ademhalen,

dan weer roepen tegen mij. 
God kust deze stilte, 

 

 

Henk Knibbeler©2017

Naar Appeltern wilde ze graag nog een keertje.. 


 

Het land van Maas en Waal was haar paradijs
Ze zei altijd tegen mij, hier moet je een lief zoeken
Tussen de twee rivieren en dorpjes met Linden
Landerijen waar koeien laven in het zonlicht

Wij reden naar Appeltern, ze had haar flora van Heukels
al op haar schoot liggen, onderweg een Canadese gans
en een Torenvalk, heel veel Fluitenkruid ging als
witte strepen aan ons voorbij, ze vertelde over Appeltern

De thee is er zo lekker en het appelgebak geurt
Naar kaneel, maar de flora zo uniek en voelbaar mooi
Ik liep met haar door de tuinen, langs tranen en bloemtros
van de Gelderse roos, haar flora kende ze van buiten

Kijk een boomblauwtje en dan die Lupinen, Bevertjesgras
Nee zei ze Briza media en ik schikte, lachte naar de libel
Waarna zij op de knieën zittend de Bolderik bewonderde
Gaan we naar de thee terwijl ze mijn hand vastpakte..

 

Het is helder, ik moet dit jaar terug naar Appeltern toe..

 

 

 

Henk Knibbeler©Jan.2017


Van Zuidzande naar Sint Kruis 


Hoe staat gij, schaars gekleed
te wapperen op d'oude zeedijk
leunend op een straffe wind
uw dijen omhelsd met flarden

Er keren groepen zwanen terug
van de grote kreek nabij
zij buigen in hun verenpak
gracieus valt wit op grijs en zij

Mijn achterland verpietert snel
sterft in lagen blad en loof
ik wuif u toe mee mijnen klak*
als gij verblijft in deze winterkloof

Och lief dorp, omringd door klei
een hymne zingt om al u daken
de vroegmis doet 't kerkklokske luiden
tot ver in 't land als kreken kraken..


 
 
 
 
Henk Knibbeler, januari 2017
 
 
* een klak is een pet 
 
 

Verdomse dagen 

Verdomse dagen

 


Gans Meetjesland blinkt
strakskes als de voren
op hun rug zijn gegaan
einders tegenwinds dood
lopen tegen dijklichamen
licht verpaupert in takken 

Ik hou van grijs, met rood
zoals een sjarpe de vrouw
omhelst, haar mantel tot
op de enkels doet vallen
het grijze haar in een knot
ogen spiedend rondgaan

Regensluiers verhangen zich
in de schoot van het land
wanneer de vossen grijnzen
tussen asem van koebeesten
stoefen over hun wijvekes 
dorpen geuren naar elkaar 

Ik blijf van het grijs houden
zie haar voorbijgaan, deftig
lichtelijk schuw van opzij
waar heb ik haar meer gezien
in ’t rood zoals mijn landschap
kuiert, zwaait in vergetelheid

 

 

Henk Knibbeler

 



Theetuin uit duizenden..

 

 

 

nu we aan het rondtrekken waren langs onze
oude rivieren kwam na de Maas dan nu de Waal
aan bod, een magere rivier met beddingen en
strandjes waar kinderen spelen, paarden jagen
op hol geslagen veulens, staarten als wimpels

in het verrukkelijke blauw de loef afstaken
van de blaarkoppen, fietsers geruisloos
glijdend door het landschap een zoom tegen
de dijken vormden, Millinger Waard kwamen

we terecht, dorpjes als Kekerdom en Tolkamer
liggen er te kijk tegen de dijken, uitgeholde
oude populieren zijn rijk gevuld met humus
en Klaverzuring gelardeerd met fraaie mossen

we nemen de blauwe route, glijden over klei
worden gadegeslagen door een Boerenzwaluw
ja, ze zijn er dus, we lachen en proeven lente
hier in de stilte hoor je de Fitis en Tjiftjaf

er klinken bootgeluiden vanaf de rivier, alsof
we naar een onbekende reis toe lopen, maar al
snel struinen we door de Gelderse Poort, waar
kuddes Gallowayrunderen en wilde Konikpaarden
ons pad kruisen, jij rust even tegen mijn zijde

en dan komen we bij de Millinger theetuin aan
ik zou bijna gedacht hebben de geurende thee
van lokale kruiden geroken te hebben, maar er
is veel meer te zien, we praten honderd uit, jij

geeft mij een kleine rode roos uit de rozenvijver
en schrijft het duizendste gedicht hier voor mij
neer, ja dat mag zegt ze en koestert het zonlicht
in prachtig blauw geglazuurde tegels, vlinders en
vogels omhelzen ons, dank je wel lieve lezers..

 

 

 

 

 

 

henk©knibbeler 16 januari 2017


 



 

Herfstsponge


 

Wanneer mijn polders langzaam sterven
in gele tinten, lange schaduwen en licht
De dagen korten, soms in flarden nevel 
leven de bossen, tonen mij hun gezicht

Uren verblinden mij zo in opgetogenheid
ogen te kort, gulzig, zoveel prikkelpracht
paddenstoelen klein en groot, schubbig
leg het vast, leg het vast voor ooit gedacht
..

 

 

 

Henk Knibbeler, oktober 2016

 

 



 

 

Roestvrij..

 

 

Er staat ergens een vertrek te wachten zag ik

in mijn agenda heb ik het niet doorgehaald

de weken zijn een slijtageslag geworden, een

veelvuldig terugdenken aan het smalle paadje

de frambozen, de piano, de tafel en de hond

 

Het huis stond op instorten, de muren zweette

en de vloer gaf splinters af die ik nog meedraag

als spijkers in mijn huid, boete, spijt en tranen

geen antwoorden zijn genoeg, geen escapes meer

 

Deze zomer eindigt vóór het vertrek in een hitte

die over zal gaan in een andere hitte, ver weg

er was iets, er is iets, nog steeds, breekbaar mooi

 

Er zal een beeld zijn daarginds wat zal spreken

het hart een omwenteling doen geven en het goede

in verlangen zal omzetten, vergeving, roestvrij..

 

 

 

 

 

Henk Knibbeler©25augustus 2016

 

 

Gedichten

 

 

Vlaamse gras 1 en 2


 


 

Vlaams gras 1




Bij iedere kerk staat een polleke
te bloeien in de zoute wind, het
is dat pastor in de vroege morgen
druk is met zijn Jezus kind, maar
anders trok hem het ruige gras
aan stukken, zwierde heftig met
het groen en stukken grond, dat
als venijnige madammekes tegen
de kerkmuur vloog, niet bestond




***


Vlaams gras 2


Blonde zegge, driekantige stengel
aartjes hoog, wie zegt dat de soort
niet bestaat is gek
wolkenpartijen zakken in elkaar, de
achtergrond lijkt wel een schilderij
zo zwart maakt het zonlicht de einder
een boom fungeert als koude ziel
van mijn denken, van mijn determinatie


 


 


 

HenkKnibbeler©juni2016

 



Zomerrogge


 


 

Als ik nu eens over het roggeveld raas
naar de zwarte huizen en het licht, als
ik onderweg mijn vleugels voel trillen
en jou halverwege in het hooggeboren
veld slapend tegenkom, dan klinkt een
lied hoog aan de hemel, kroppen wolken
aan de horizon omhoog, val ik op jou..

Zie de eenzaamheid vertrekken, dans jij
op je tenen het prachtige zomers ballet
juich met de aren in getemd verlangen
naar de vrijheid, weet dat ik je liefheb

Als ik nu eens een eiland vrij kan maken
waar wij een zomer lang cirkels trekken
jij in mij, ik in jou, vogels als onze adem
wapperend als een voile langs de maan gaan


 


 


 

HenkKnibbeler©2016

 

 



 

 

Stormender hand


 

Het is met de storm dat er weer liefde en vriendschap
binnen waait, bladeren hun laatste strohalm verliezen
en een rondedansje maken aan de voet van een linde
ik zie haar gaan met een chrysant onder de arm, stil

Ligt de aarde, namen en jaartallen gaan voorbij, stenen
spreken niet, zij geven een houvast aan wat eens was

Steeds harder waait de wind, kromgebogen staan elzen
naar het oosten gericht, hier en daar dwarrelen linten

Maar de zon heeft een afspraak 
dat er momenten zijn vandaag
om even te mogen doorbreken

Het licht te laten kaatsen, glans
op het roodbruine weer te geven
onverwachte momenten te koesteren

De lange mantel volgt, haar voile zwaait en vlagt terug
bij het hek staat een oudere man te treuren, zij vraagt

Met de hand op zijn schouder, ik zie het gebeuren terwijl
ik even daarvoor bij mijn vader over moeder heb staan praten


 


 


 


 

HenkKnibbeler©juni2016

 



 

Spelonk


 

Soms valt de zon ineens in hoge zee
ben jij weg, spreekt niet meer, vervalt
oneindig speur ik naar jou gezicht
weet niet of je haar nog voor je ogen

De avond vermoed een ontmoeting
het strand leeg, oude voeten vervagen
vooral het ruisen en de treurige helm
wijzen landinwaarts, waar kan ik je vinden..

Hoe kan ik je meenemen in de nieuwe nacht
bij het vuur, je gezicht en handen dansend
dan weer opkijkend naar een vallende ster
ik weet niet waar de vlammen branden

Achter mij sterft de polder het voorjaar uit
vergezichten zijn gekleurd, dragen maskers
het koren begint al zachtjes te wuiven
als antwoord aan de zee, zou jij dat zijn?


 


 


 


 

HenkKnibbeler©juni2016

 

Gedichten

Haar stoel bij maanlicht


 

Haar stoel stond er altijd onder de appelboom
tussen het hoge gras, dichtbij de stam en met
het gezicht naar de volle maan, dan kon ze zien
hoe de nacht in elkaar werd geschoven, hoorde
ze anderen spreken uit hun slaap, kwam de uil

Door het licht voorbij in stille slag en verbond
zij zich met de korrelgrootte van het schaarse
licht, zo werden zomeravonden stuk gesneden
in duizenden beelden, werd haar aarde rijker

Op de achtergrond klonk het vioolconcert op.53
van Antonin Dvorák, hemelse klanken droegen
haar, de maan deed niets, scheen en maakte
dat lange schaduwen uiteen vielen op het boek

Wat al in de vijfendertigste druk ongelezen bij
bladzijde dertien op haar schoot verkleurd lag
nee, zij voelde de maankracht, miste vader en
haar kinderen, wankelde van ster naar ster, sprak

Over dichters, droeg zichzelf voor en danste dan
onder de arm van een verdwaalde fee de nacht in
nu is de stoel leeg, kijkt nog steeds naar de maan
en het gras komt steeds meer door de zitting heen


 

 

 

henkknibbeler©2016juni

 

Gedichten

 

Moederke


 

Ik heb in u gewoond
zonder schoenen
een huiske vol water
en schokvrij

Warm, soms achterduims
speelde ik in u
hing aan de touwen
trapte tegen glas

Moederke, mijn heimwee
zij zeggen het niet
uw handen op mij
waren zachter dan gras


 


 

Henk, 2016 ergens in juni

Ver weg in Afrika, waar ik haar weer voelde samen met die andere onbekende moeder van mijn grote liefde, mijn muze, plotseling, zomaar en in hetzelfde huis, wat een weerzien!

 

Gedichten

 

De zwarte dialogen


 

Wij zitten in het grote raam met uitzicht
op de vallei van Castelnuovo di Garfagnana 
waar pioenrozen als drachtige vrouwen
in elkaar vallen, praten met gezichten
waar vragen op getekend staan, brengen
vingertoppen naar elkaar toe en spreken

Dan in de vorm van een oud gedicht

Een veer van een raaf splijt tussen het
ruwe marmer, zwart is met ons in kledij
tijd om het spel te spelen van het spreken
in een contrastrijke context, waarover wij
nooit iets hebben gecomponeerd, jouw
viool strijkt volkomen tegendraads een 

Gebroken ochtend tot ongekende opspraak

Jij zegt het ene, ik denk en zeg het andere
wij willen even geen wielewaal horen zingen
de geur van lavendel tussen vlinders laten
zwart steekt sterk af bij je lach, ik lees je
maar jij kunt mijn woorden niet goed zien
hoort het zuchten van de deur achter me 


 


 

henkknibbeler©15juni 2016


voetnoot

dialogen voeren is een taal uitspreken tussen twee mensen, een poging om iets van jezelf bij die ander neer te leggen in de hoop dat het begrepen wordt.


 

 

Gedichten

 

 

Twee geschenken

 

 

Ik geloof

Dat ik geen groter geschenk

kan ontvangen

Dan door de ander

te worden gezien

Te worden gehoord

Te worden begrepen

en aangeraakt

 

 

Het grootse geschenk

dat ik kan geven is

De ander te zien

Te horen, te begrijpen, aan te raken

Wanneer dat gebeurt

Voel ik

dat er contact is gelegd

 

 

 

 

 

henkknibbeler©juni2016

 

Gedichten
Uit de ochtend..  



Er speelt een piano in het ochtendwoud
de mist hangt tussen oergeluiden
vogels zingen uitbundig hun dageraad
tegemoet, geluiden van mensen hoor ik niet

Het is tijd om te gaan, de week van verwelking
en lijden, van nieuwe krachten en hoop
heeft eenieder ervaren als een levensles
zelfs de priester delfde het graf mee, sprak

woorden die in heel Bwindi hoorbaar waren
ja, je mag rouwen, huilen, het missen liefhebben
wat anderen met hun doodgewone nuchterheid
niet kunnen of willen begrijpen, is een gemis

Het is tijd om te gaan, de week van liefde
heeft dit land weer hoop gegeven en toekomst
zij kunnen verder, er is weer water en een huis
met witte wanden, rein en voelbaar vrij gemaakt

Het oerwoud zingt zichzelf een mooie dag toe
tijd om te gaan, het los te laten en afscheid te nemen
in een omhelzing van hen die ik altijd lief zal hebben
met een lach naar elkaar, op weg naar mijn liefde..







henk©Bwindi Uganda11juni 0.4.20u

 

 


 


Dahlia's in Afrika

 

 

In het bloedhete zand van Uganda

overleven de boerenbloemen niet

knollen die slordig ineen gewrongen

liever de koude grond kiezen van

haar tuin, de tuin met het graspaadje

 

Ik neem even tijd om terug te denken

aan haar woorden, aan haar boodschap

nooit was ik zo nerveus en onzeker

ik mocht niet delen, alles was te heftig

en hier sterven mensen, ik moest gaan

 

De palmen en bananenbomen ruisen

met hun harde en brede bladeren langs

het kerkje waar gezangen klinken tot ver

in het woud, tot waar de olifanten zijn

ik moest sterk zijn, de arm vasthouden

 

Het graf ligt pal naast het afgebrande huisje

dichtbij, opdat na enige tijd een dode

weer schijnt te spreken in de volle maan

overal geluiden klinken van opgetogen wild

ineens schiet mij haar woordje 'ooh' binnen

 

'wat een weekend' en daarna de dahlia's

ik spreek met de priester en met hem alleen

dit kapot gaan, dit gemis en verdriet is

nauwelijks te helen, maar er is altijd hoop

kom terug, kom terug, je hebt mij bij je

 

En we wandelen de lange zandweg in, dan

weer palmen, dan woeste grond en hindes

ik zie kracht en hoop in elkaar opgaan, hij

neemt zijn zoontje op de arm en terwijl er

een klokslag klinkt voel ik zijn hart slaan

 

Haar dahlia's mogen bloeien, jaren achtereen

in bonte kleuren, daar kan iedereen tegen..

 

 

 

Henk, avond 8 juni 23:05u in Bwindy Uganda©

 

Afrika

 

 

Er staat een reis te gebeuren

zoals vele gevuld met koffers

vol zeelucht, geduld en liefde

het delen ervan baart mij zorgen

 

Het laatste contact was niet meer

meer dan een afwijzend gebaar

immers, oorlogen en verwijten

zijn altijd al in dode tranen verdronken

 

Ik weet niet waar zij thans verblijft

alle communicatie is verbroken

soms lijkt het wel of er stiekem

gekeken wordt of we online zijn

 

Maar ik moet gaan, met haar in

mijn hart, met de porseleinkast in

de koffer, heimwee naar de lokken

en een slot op mijn mond, verplicht

 

Kom en zie niet om, ga voor je doel

en help de doden sterven, het leven

weer zichtbaar maken en alles wat

mij verweten wordt bij mijzelf leggen

 

 

 

 

 

henk©ochtend 6 juni 2016  

 

Gedichten

 

Verlegen liefde..


 

 

Als ik je plots voor mij heb dan
trilt mijn wezen schaamteloos
is de aarde net een natte spons
valt er regen over heel mijn huid
ik weet niet hoe je vast te pakken

Denk dat iets misschien niet mag
maar mijn armen willen meer dan
besluiteloos langs mijn lijf hangen
steeds komen die momenten terug
de film is nog nooit zo lang geweest

Jij kijkt omlaag en kruist je voeten
in die wandelschoenen over elkaar heen
voorover ben je onbeschrijfelijk lief
als ik je dan weer in je ogen kijk

dansen onze wimpers naar elkaar
trek ik even aan je zachte lange haar
en hoor een zoetgevooisde stem in
mijn oor jouw hand tegen mij spreken


 


 


 

Henk, mei 2016

 

 

 

Gedichten

 

Eikensla

 

 

Groen zei ze, ik hou van lichtgroen

terwijl haar lange vingers

in haar schoot samengevouwen

een gesprek begonnen

 

Ik raakte in de ban van haar zijn

deze lente begint anders, groener

zoals altijd alles groener is aan

gene zijde, nu bij haar mooie handen

 

Al pratende wandelde wij het groen

tegemoet, de sla hing aan de bomen

slierten van de bloei - aartjes wuifden

zachtjes, wij waren een en al oor..

 

Groen zei ze, ik hou van lichtgroen

haar hand omhoog met een lange vijf

 

Eikensla heb ik nog nooit klaar gemaakt

hoe zou dat zijn met haar groene handen

 

 

 

Mei 2016©hk

 

 


Een dag met de wind


 

 

Opgestoken, voortgaand in vlagen
zuigt zij mij mee vandaag, doorheen
de witte abelen, de ratelpopulieren
langs kerktorens en haantjes
grijpbaar boven het malse koren

Zij rust even uit in een oude eik
zuigt zich vol en waait verwoestend
door de hagen, waar slierende mussen
mij kwetterend belagen, schelden

We naderen de zee waar westenwind
ons toespreekt, vloed komt verder
als het zand bulderend wordt toegesproken
ik wrijf in mijn ogen en open een dialoog

Als we gaan liggen achter de oude dijk
zachtjes zalft zij door mijn haren
plukt klaprozen en zwelt weer aan
er is geen sprake van even omkijken..


 


 


 

Henk©2016

 



 

 

Harde wind

 

 

Ik verschiet als ze voorbij gaat
op haar velo, tegen wind
haar rok waait omhoog, hoe
schoon haar benen, die zwarte
panty in het licht van 'n regenbui

Daar komt er nog een, ook mee
haar rok omhoog, als een ballon
stijgt ze in mijn ogen, ze steken
straf en als vliegende vissen gaan
zij over de brug de polder in, alleen

Tegen wind, ik ben jaloers, kerdju
zie de jonge twijgen zweten aan
de sleedoorn, het gras ligt al plat
tegen den dijk, nog onbevlekt alleen
scheert een aardhommel langs mij

Die mooie meiden gaan op in akkers
waar de wintergerst nog toekijkt
en de wind kuist waar hij wil zijn,
kust zachtjes de lente in hun oren
van kalverliefdes op weg naar school


 


 


 


 

Henk Knibbeler, maart2016


 

Preview uit ' Hart van de kasseien ' 2016 nieuwe dichtbundel

 

 



 

Gymles

 

 

 

Het moeten zware uren

zijn geweest

tussen half een en vier

 

Tussentijds vertwijfeld

met haar gsm spelend

 

Zichzelf verstopt houden

tussen niets doen en

niets verzenden, haar

 

Vinger op de verzendtoets

wat zou ze graag drukken

 

 

 

 

 

 

HenkKnibbeler©maart2016

 

Gedichten

 

 

 

Lofdicht ter ere..


 

De dagen kruipen steeds dichter
bij de dichter, de uren schrijven
zich vol verlichte beelden, tuigen
de woordenboom op, spreken vrij
van wolkenluchten, stuk gespeelde
partituur en verse groentjes op het
aanrecht, die zich niet alleen laten
eten, buiten wacht nog een volle
moestuin, huilt de jonge bladsla 

Maar ik weet waar jou armen zijn
waar ze liggen, hoe je gezicht in
puin is veranderd, in een breekbaar
uitzicht op het zilte land, kermend

Tussen de sabelheften en de meeuw
die strandde tegen de wind in, zijn
kaalgevreten karkas in de coulissen
van de golven smeulend verstijfd

Die dagen komen steeds dichterbij de
dichter, bij het vergelen van je groen
stiltes tegen een witte muur, lakens
wapperend om het oude los te laten


 


 


 


 

henkknibbeler©maart2016

 

Preview uit ' Hart van de kasseien ' 2016 nieuwe dichtbundel

 

Gedichten

 

 

Een bordje Ereprijs ( Veronica chameadrys L.)


 


 

Bij thuiskomst glinstert tussen het groen
een bed met liefelijke bloemetjes
ik buk en kijk en raak verbaasd over de
fragiele kroonblaadjes, het hemelsblauwe
met de donkere adertjes bij het hart

Mijn moeder deed ze weleens door de sla
vroeger, als het Pasen was kregen wij
een bordje ereprijs met een paaseitje erbij
dan zong ze altijd een liedje en keek ik
naar haar ogen, er stonden tranen in..

Ze zei niets, maar keek mij vragend aan
ereprijs werd voor mij een moederbloempje
in haar handen bloeide alles, zelfs leegte
werd gevuld met deze pracht, de doosvrucht
hartvormig, hoe kon het ook anders bij haar

 

 

 

 

Henk Knibbeler©maart 2016


 

 

 

 

Gedichten

 

 

Vroegeling

 

 

 

Waar het pad even langs de gevel

van haar huis loopt richting de beek

staat daar opeens een klein nietig plantje

te bloeien, de Vroegeling ( Erophila verna )

 

Begin maart is altijd al onstuimig geweest

de aarde breekt overal en stuwt de lente

omhoog tussen tegels, op oude muren en

in vergeten hoekjes waar nog hoopjes blad

 

Verzameld liggen te wachten op een windvlaag

het roodborstje prevelt in de oude hazelaar

een oud vrouwtje komt naar buiten en gaat

te voet door het dorp op weg naar de bakker

 

Zij doet al de boodschappen in het kerkdorp

de slager, groenteman, al wat haar belieft

voor haar huis alleen wat gras met aan de

rand tegen een muurtje ook een Vroegeling..

 

 

 

 

 

HenkKnibbeler©maart 2016

 

 



Gravure

 

De morgen brak open

zij aan het raam

als een muze zo mooi

 

Ik moest het zeggen

vandaag zie ik u

voor altijd graag! 

 

 

 

 

Henk Knibbeler©maart 2016

 

 

 

Gedichten

 

 

Benoeming

 

 

 

En vandaag gaat zij

zonder schreeuw, emotie

of empathie de deur uit

overal lawaai

geschreeuw van machines

staal onthuld de koude

 

een hond blaft over het erf

waar de vrouw de was

nog vastnagelt aan een draad

 

Vandaag lijkt op gisteren en

morgen is ook zoals vandaag

zij, alleen zij

 

kan ik nog benoemen

langs die lange makadamweg

en haar blokkenhuisje

met die eeuwenlange tuin

 

eindeloos..

 

 

 

 

 

Henk Knibbeler©maart 2016 

 

Gedichten

Affirmatie

 

Zij komt thuis in een leeg huis

in een lege kamer zonder geluid

haar lichaam nog transpirerend

van het sporten snakt naar liefde

 

Onder de douche streelt zij haar

zachte huid en borsten, buigt

voorover en huilt zachtjes onder

de warme waterstralen, de dag

 

Breekt als zij weer beneden in

haar zelfgemaakte keuken naar

de post kijkt en in een roes de

mooie uren aan haar voorbij gaan

 

Zij is weer alleen thuis, geraakt

door de waan van alle dag, het gemis

ook al heeft zij dat verstopt en

zou ze liefst vanavond dansen gaan

 

 

 

Henk Knibbeler©maart2016

 


 

 

Stormender hand


 

Het is met de storm dat er weer liefde en vriendschap
binnen waait, bladeren hun laatste strohalm verliezen
en een rondedansje maken aan de voet van een linde
ik zie haar gaan met een chrysant onder de arm, stil

Ligt de aarde, namen en jaartallen gaan voorbij, stenen
spreken niet, zij geven een houvast aan wat eens was

Steeds harder waait de wind, kromgebogen staan elzen
naar het oosten gericht, hier en daar dwarrelen linten

Maar de zon heeft een afspraak 
dat er momenten zijn vandaag
om even te mogen doorbreken

Het licht te laten kaatsen, glans
op het roodbruine weer te geven
onverwachte momenten te koesteren

De lange mantel volgt, haar voile zwaait en vlagt terug
bij het hek staat een oudere man te treuren, zij vraagt

Met de hand op zijn schouder, ik zie het gebeuren terwijl
ik even daarvoor bij mijn vader over moeder heb staan praten


 


 


 

Henk Knibbeler© jan. 2016

 

 

Gedichten

 

 

Post scriptum

 

 

Je gezicht schreef ik bijna voorbij, alsof

jouw afwezigheid in mij tekort schoot

in dit gedicht en dan nog even voor G,.

 

Want terwijl ze zich omdraait en kijkt

om een wenk op te vangen van

wat in haar gedachten mee loopt

struikelt ze en valt in haar verdriet

 

De bramen zijn hels geweest vorige zomer

strengen met doornen pijnigde het hart

 

Vergeef een keer en laat los het oude

kom met je opgeheven hoofd naar hem

omhels en dans met alles wat jij bent

je hart zal opgelucht zijn, je huid stralen

 

Vurige vogels zingen de boomkruinen leeg

zij achtervolgen om bij elkaar te kunnen zijn

kom vlieg, wees niet bevreesd voor koude

of schaamte, open armen doen nooit pijn!

 

 

 

 

Henk Knibbeler©27 februari 2016 

 

Gedichten

 

De lange tuin..

 

 

Als je mij zoekt deze dagen

dan vertoef ik in de tuin

van gedachten waar een vijver

in ligt, rozen nog blozen toen

zachte handen ze plukten

 

Hier en daar bloeien hyacinten

ook de hazelaar loopt al uit

en onder het ijs op de vijver

spartelen jonge salamanders

 

De tuin van gedachten bestaat

de paadjes erdoorheen ruiken

naar geparfumeerd hout, er

komt bijna geen einde aan..

 

Als je mij zoekt deze dagen

dan vertroef ik in haar tuin

stillekes, om afscheid te nemen

het roodborstje te horen prevelen

 

 

 

Henk Knibbeler©febr. 2016  

 

Gedichten

 

 

Op zwart

 

 

Het is zoals het is zei ze

tussen wit en zwart

zag zij geen andere kleuren meer

winters zijn ook contrastrijk

het wit verpand zich tijdelijk

aan substraten van oneindig

 

Ik heb haar gezicht uitgekleed

de oude sporen en groeven

gladgestreken, zij werd als nieuw

geen huid smijt met ouderdom

 

blijft over iets van heimwee

wat wederzijds de harten kleurt

de spanning zodanig opvoert

om van zwart weer naar wit te reizen

 

 

 

 

Henk Knibbeler©21 februari 2016 

 

Gedichten

 

Dans met de glazen dame


 


 

Mager geel licht verstrooid
de rooklucht door het café
gezapige lieden hangen met
buikjes voorover aan de bar

Een oude saxofoon speelt
vlekken in mijn slechte ogen
aan een tafeltje zie ik haar

Onrustig spelen met een viltje
in de linkerhand en een glas
met rode port in de andere

Dansend op de oude muziek
zweef ik naar haar handen toe
en kus haar zomaar op de adem

Ze kijkt als een glazen dame
die me zo zou willen ruilen
voor het glas als vertier

Scherven schitteren op de vloer
hebben elkaar goed vast
swingen en lachen onze tanden

Bloot zoals iedere zondagmorgen


 


 


 

Henk Knibbeler©2016

 

Gedichten

 

 

16 februari en mijn moeder

 

 

Vandaag is moeder jarig

zij viert haar 95 jaar samen

met de winter en de gorzen

ik denk op afstand aan haar

 

Als zij jarig was dan juichte

het huis, joeg een zachte wind

al wuivend door de kamers

was haar keuken in topvorm

 

Want uit de oven geurde de

een na de andere appeltaart

rook de thee zo winters warm

sprak eenieder over haar hast*

 

Euh, enfin en amai zeg, klonken

door de huiskamer, in een kring

met de appeltaart op schoot en

blikken die boekdelen spraken

 

Gonsde het van roddelverhalen

steeds dezelfde lachten hardop

moeder bediende en keek of

iedereen het goed had, zijzelf

 

was niet zo erg jarig, zij droeg

haar verlies extra zwaar die dag

voelde de winterwind en keek in

de keuken naar het roodborstje

 

 

 

*Hast is een gekookte ham in het zout gelegd en een specialiteit van de streek

 

 

Henk Knibbeler©2016 februari  

 

Gedichten

 

Florence, la Luna


 

Zou ik haar vragen
om in het terra
van de dansende
coulissen, geuren

Parfumerend langs
de Arno, mee te gaan
naar Piazzo della Signoria
gevels met witte luiken

Zijden jurken, losjes
en nonchalant over
de schouders, bandjes
zichtbaar, glimlachen

Neergelegd in marmer
waar pioenrozen 
uiteen vallen, de maan
zijn sikkel kwartiert

Zou ik haar vragen
een Gelato al Limon
over mijn lippen te laten
vergaan, zij alleen ja


 


 


 

Henk Knibbeler©februari2016

 

 

Gedichten

 

 

Rondedans


 

Ik wals heel efkes
voorzichtig in de ronde
ze kleeft aan mij
haar voeten staan
op de mijne

We draaien, gans de dag
niet te hard
want we zijn bang
elkaar voor altijd
te verliezen


 


 

Henk Knibbeler©2016

 


Het aanvliegen van de merel..


 


 

Nu stilaan geen sneeuw meer knarst
jij rust op een bank zonder blad
zwarte veren in een waaier voorbijgaan
waarbij ik alleen het stukje geel zie

In een jonge toverhazelaar met open 
takken en versnipperde kroonblaadjes
is het aanvliegen voor een goede landing
zo gracieus, zo harmonieus en precies

De vogel kromt zich, spreidt de pennen
van staart en vleugels, strekt poten
en tenen, zingt de tak toe en grijpt
vast, slingert door zijn gewicht nog

Even over de tak heen en veert terug
staat dan trots recht overeind en kijkt
mij aan, schreeuwt en wipt zijn staart
hoog, waarna een wonderschone strofe

Volgt die ik hier niet op kan schrijven
slechts seconden was de waarneming, jij
wenkte nog dat de thee koud werd, dit
bracht mij in beroering om jou zijn..


 


 

Henk Knibbeler©februari 2016

 

Gedichten

La Brenne


 


 

Er ligt een boek op mij te wachten
ergens tussen duizend meren in..
met zachte hand omgeven, wellicht
bepoederd met pollen van Myosotes
en een vleugje Monet op de cover
 
Vogels en waterjuffers wachten ook
op een terugkeer, de knallen van jagers
die grote vluchten eenden de hemel
in jagen, de schoonheid van de Kwak
gezeten op een tak in verlegen houding
 
Ik hoor Yves Duteil weer, struinend 
met camera en statief door het zware riet
' la grande maison des vacances ' klinkt
in mijn oren, een Ijsvogel lacht mij toe
en ik voel een warme wind dichtbij me
 
Zoveel poses van het licht, Meziers lokt
en in een kleine auberge worden foto's
kritisch bekeken, wat moet er opnieuw..


De avond valt, de hemel kleurt rood, zou
het liefde zijn, ik luister naar dans l'eau
de ses silences, het water danst zachtjes


 


 

Henk Knibbeler©2016 

 

 

Gedichten

 

 

Valavond


 

Ik treur om mijn oude vrienden
heen en weer tussen de takken
de een slaapt, de ander reist
ze zijn allemaal doorgewinterd

 

Soms vliegt er een door de lens
dan vergeet ik te pannen, weg
is de voorgenomen conversatie
het even bijpraten op het gras


Het vallen van een zachte avond

in aarde die steeds roder kleurt
brengt mij bij mijn nieuwe vrienden
ook zij reizen, slapen, gaan dood


 


 


 

Henk Knibbeler©2016

 

Gedichten


 

IJsbloemen op het raam..


 


 

Het vroor keihard in die winter, 1957
moeder had een warme kruik achterin
mijn bed gestopt, gewikkeld in molton
anders zou ik mijn voetjes verbranden

De rest van het bed stond stijf van de
kou, buiten raasde een sneeuwstorm
- het glas veranderde in het maanlicht -
omdat ik toch niet kon slapen van de kou
ademde ik tegen mijn raam en toverde

IJsbloemen tevoorschijn, waaiers van
kristallen, kelken van rozen, takken die
verhaaltjes vertelden en tikten op het
raam, ik stond op mijn tenen, bloemen
blies ik, de mooiste, tot de deur openging

Moeder hurkte naast mij neer en keek, ik
voelde haar warme hand op mijn rug, ze
zei - ' mooi hè jongen ', wat een juweeltjes
vertelde toen het verhaaltje van de ijsfee
tot ik prikkelende ogen kreeg, droomde..

Met mijn voetjes tegen de warme kruik
ze kneep nog in mijn tenen toen ze wegging


 


 


 


 

Henk Knibbeler©2016

 

Gedichten

Vlaams gras 

 



Bij iedere kerk staat een polleke
te bloeien in de zoute wind, het
is dat pastor in de vroege morgen
druk is met zijn Jezus kind, maar
anders trok hem het ruige gras
aan stukken, zwierde heftig met
het groen en stukken grond, dat
als venijnige madammekes tegen
de kerkmuur vloog, niet bestond


Blonde zegge, driekantige stengel
aartjes hoog, wie zegt dat de soort
niet bestaat is gek
wolkenpartijen zakken in elkaar, de
achtergrond lijkt wel een schilderij
zo zwart maakt het zonlicht de einder
een boom fungeert als koude ziel
van mijn denken, van mijn determinatie

 

 

 

 

 

 

 

Henk Knibbeler©2016

 

Gedichten

 

Sneeuwliefde


 

't is den avond 
van teder en zacht, 
van donderdagwolken en 
roepende kievieten op het land, 
van u, van jij en jou..

Met de nacht voorhanden
tussen zuivere zilte wind
en jouw haren, kalmeer ik
praat tegen je huid
leg knopen in het wit

't is den morgen
van dauw en jong gras
van vrijdagliefde, grote ogen
besneeuwde telefoondraden
die ons samen bedekken


 


 


 

Henk Knibbeler©2016

 

Gedichten

Vergeling


 

Het is ernst als ik de herfst zie gaan
in strakke lakens, verstrooide bomen
even snerkt de wonde aan de wind
droogt in hemelsnaam, is volkomen..


 


 


 

Henk Knibbeler©2016

 

Gedichten

Margriet..

 

 

Hé, hallo dag Margriet, 'wat fijn je te zien'
samen met de anderen aan de voet van
de dijk langs de Stierskreek, je schijnt fel
in dat witte jasje en gele hart, je bent echt
een stuk want ik word vrolijk van je wimpers

En af en toe hoor ik je zingen als de zon
zich reflecteert op je kroon, dan wieg je tegen
je buurman aan, ga je schuin met het kopje
en is er geen sprake van verwelken, maar

Wuift het hele Margrietenkoor de polder in
dartelen de dronken hommels met gele poten
om jullie zomerjurken heen, Goddelijke meiden
kijk ik omhoog naar de ratelende populieren

Hé Margriet, wie heeft jou je naam gegeven
of moet ik spreken van 'ongekende schoonheid'?


 


 

 

Henk Knibbeler, zomer 2015 tgv Poëzieweek 2016

 

Gedichten

 


 

Zo dichters sterven..


 

Het vooroverbuigen van de ratelpopulieren
op het randje van de horizon zorgt voor 
een mijmering, de meeste dichters slapen nu
zij hebben hun schamele woorden in krijt
op de wegen geschreven, in de hoop dat het
niet gaat regenen, kalkrijke bermen verslinden
uitgespoelde regels, mooi verword tot rode
klaprozen met een zwart hart, het bungelen
duurt maar even, bij een zwarte kist gedijen zij..

Op de gepolitoerde bovenkant huist een kruis
liggend grieft het in de zangerige gezichten
van de dragers, een boerderij knikt minzaam
en de erfhond krabt in de grond, alles vergaat

In stilte luistert men naar Gustav Mahler, de
symphonie No.2 over de kasseien naar
O Röschen rot, Der mensch liegt in grösser Not
het licht kleurt met de wind mee, golvend spreekt

Een einde, een houden van jou, nu weggedragen
naar je eigen heuvel, zo sereen klinken dichters
soms, hun vingers gedoopt in sneldrogende inkt
het gedicht al op zak terwijl de kist nog zingt

Ik zou met haar willen slapen in dit landschap
onder de sterren, wachtend op de voorjaarstrek
trompetten schallen de morgen open, kijk een vlinder
in het koperen licht, dansend boven de zwarte kist
handen verorberen pijn, mijn ogen branden tranen
uit het jonge groen komen stemmen, aardsterren zijn
zij, vleesgeworden schrijvers over de klaprozen..




 


 

Henk Knibbeler, 2016 Poëzieweek februari 1.

 

 

Gedichten

 

 

Voorbode


 

Het splijt mij, dit grijze onderkomen
van dagen die maar niet sluiten
er is een lichte kentering op komst
de kruidlaag broedt onder het blad
schuchter licht verrijkt het buiten


Eén vroege vlinder waagt een vlucht


Ik zoek in mijn materiaal naar beelden
vindt een plaatje vlakbij de kreek
met duizenden staan daar orchideeën
en op de dijk spiedende populieren
ratelend op de wind, terwijl ik verbleek


Kan de lente niet eerder ontmantelen
evenzo met haar uit wandelen gaan
geduldig landschap wacht op warmte
luisterend naar Spiegel Im Spiegel is
berusten in overgang, in nieuw bestaan






Henk Knibbeler 2016

 

Gedichten

 

De wintermerel

 

 

Zo vroeg nog met een bijna volle maan

serene stilte, zachte wind, fluistering

de dagen lengen alweer, een merel zingt

' blackbird singing in the dead of night '

 

Maar de morgen staat op, huizen roken

ik mis een paar waardevolle mensen

weet niet waar ze zijn, waar ze wonen

en toch zingt de merel aldoor en luider

 

Het vroege licht lijkt wel te ademen

geurt naar humus, naar lichtelijk verval

deze dagen kun je beter maar vluchten

op je knieën, een beetje hoop koesteren

 

De bosrand geurt, sparren snakken naar

sneeuw zodat hun takken een buiging

kunnen maken en bovenin zingt de merel

zijn lied, meewarig en vol overtuiging..

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Henk Knibbeler, 24 december 2015  

 

Gedichten


 

Lavendelliefde


 


 

Als de dagen zoals nu
af en toe even wegwuiven
in het grijs, kraaien
groepjes vormen op het land
achter het water
scharrelen
als de dagen zoals nu
dichterbij de lente
kruipen, boomtoppen
aanzwellen in de winterzon
tegen de bosrand
liefde onmisbaar is

Kan ieder moment de winter
verharden, blijft het
jonge groen nog beklemmend
ver weg, lavendel toch beklijft..


 


 


 


 


 

Henk Knibbeler ©2015, december.

 

 

Gedichten

 

Engelengeduld


 


 

Deze avond tel ik de te zachte tikken van mijn wandklok
cijfers komen door de muren heen, ik tril met de
telefoon in mijn handen, durf niet, deze avond zonder jou
is als een lamgeslagen vogel, een omarming met mijzelf

Een hoop, een huis, vol paperassen en vertrouwen, ligt
te wachten op tafel, jij bent er niet, wel een theaterkaartje
ik dweil met de kraan open, mis je en ben ook opgelucht
weer zal jouw kooklucht aan mijn neus voorbij gaan

Hoe groot mijn vragen ook zijn, hoe ruim onze vriendschap
de muren van mijn huis zal ik behangen, het licht zal zacht zijn..
en de gordijnen zullen af en toe naar binnen wapperen
ik zal slapen tussen de manen van nieuwe nachten

 

 

 

 

Henk Knibbeler, ©december 2015

 

Gedichten

 

Linnaeus


 


 

Ze kwam met het water uit de zee
uit de golven die hoog opzwiepten
jagers verdreven naar waterbogen
in haar hand het boek van Linnaeus
met namen als vanellus vanellus,
agrostemma ghitago en orchis morio

Het strand voor haar lag te baden
in kleine geluidjes, in plasjes die
achtergebleven waren vol garnalen
en losgeslagen krabbepootjes, zij

Wenkte naar het duin met de zeewind
onder haar armen en winde in het haar
tussen de helm en zeedistels bladerde
het boek zich een baan door de flora

Ik spotte een paar drieteenstrandlopers
en zag een witte vlag boven het duin
er was geen beeld, wel geluid, de zee
had haar genomen, het boek was leeg


 


 


 


 

Henk Knibbeler © december 

 

Gedichten

Brief aan een geliefde


 


 

Zo schreef ik jou onlangs nog
over de novemberdagen van toen
het gezeur over mist, grijze lucht
en keelpijn kwam ik iedere morgen
tegen in de gangen van gisteren
het klakken van de hoge hakken
op de donker gepolijste vloeren
ontlokte mij altijd weer een omzien
naar hoe zij daar ging in het licht

Mooi bleek nog te weinig grijpbaar
zelfs sneeuw op de rand van haar
bontkraagje bleef liggen, zichtbare
adem schreef zich leeg in de lucht

Ja, die alinea over de naderende
winter heb ik maar geschrapt, zodra
ik je weer zie praten we verder over
moeder en de ziekte van tante Riet


 


 


 


 


 

Henk Knibbeler, december 2015

 


Speel bij dit gedicht de prachtige muziek van Serge Reggiani
Le temps qui reste, Serge Reggiani

https://youtu.be/8mQiRFgOiWQ

 

Gedichten

 

Het late licht..

 

 

Het late licht laat sporen na
mijn polder zucht in schaduwen
luchten kaatsen het donker 
terug tegen de lage zonnestand

Weldra zullen zware regenbuien
het land overspoelen, kermt een
achtergelaten koe op de dijk
zoeken de bomen steun bij elkaar

 

 

 

 

henk knibbeler nov.2015

 

 

 

Gedichten


 

Kanteling

 

 

Het is inmiddels half september
nog steeds zie ik boerenzwaluwen
boven de kaalgeschoren akkers
jagen op overgebleven zomergezoem

Weldra zal de meute vertrekken
het wintergespuis zijn opwachting
maken, gegak en hoorbare vleugelslag
de horizon vullen, knallende winter

Met vluchtende hazen, fazanten en
ander onschuldig gevederte in paniek
en angst de nachten doorbrengen
onder een maan die hen zacht belicht

Het gras is lauw en laaft zich aan
glinsterende waterkristallen, dronken

gaan mannen te fiets en paard langs
het land van God, hunkeren naar hem




 


 



Henk Knibbeler september 2015

 

Gedichten

 

 

 

Over van Gogh


 

 

Zijn penselen strelen de bonte bloemakker

vooral kleine zonnebloemen springen eruit

meisjesogen glunderen tussen het blauwe

de korenbloemen, het palet kleurt zijn huid


Deze zomer verdrinkt in haar eigen droogte

kreken barsten uiteen, groepjes huismussen

slieren over het boerenerf tussen de gasten

duiven fladderen en koeren, maar intussen


Dansen zijn handen over de schoonheid, tasten

het bloemveld af en maken een compositie

op het doek kleeft de verf die zovelen verraste


Wij maken sier, lachen, zingen, maken ons sterk

in het bloemveld te midden van jeugd en zomer

wat een geluk, we zien van Gogh aan het werk..



 


 Henk Knibbeler, © augustus 2015

Moet je luisteren mijn lief.. 

Moet je luisteren mijn lief..

 

 

Moet je luisteren mijn lief..


 

Ik kom even naast je lopen
je bent zo stil de laatste dagen
is er iets, heb je last van de
warme dagen, ik maak me zorgen

Hoor je mij lief, doet je (h) oorplaatje
het wel ?
weet je, ik hou van je, voel mij
veilig naast jou, je ogen zo mooi

Morgen regent het zei de Buizerd
waar denk je aan, moet de kapper
komen, moeten de mensen ons met
schaar en handen de zomer verlichten

Ik wandel met je mee naar de einder
weet dat je luistert, ik hoor je hart..


 


 

Henk Knibbeler©2014

 

Gedichten

 

 

Het antwoord mijn lief..

 

Het duurde even mijn lief, ik weet het

maar met maren raak ik je niet aan

“ trouwens, zag je de velduil voorbij gaan “

hij knikte minzaam en gleed geruisloos langs

 

Och, die warmte speelt mij zo parten en

als jij zo naar mij kijkt wordt ik verlegen

jij bent zo'n fijne partner, zo hartverwarmend

daar weet ik dan geen raad mee, denk na..

 

En dan dat plastic in mijn oren, het jeukt

terwijl de boer altijd lacht en ons aait

nee, ik ben stil omdat ik jouw hoorspel

beleef als een gejuich en gezang, zo mooi

 

In de avonden kruip je tegen mij aan, dan

hoor ik je soms zachtjes huilen, waait de wind

zachtjes om ons heen en koelt de nacht in

onze vachten, slaapt de polder haar uren weg

 

Ik hoor je, je snoetje nog altijd even schattig

soms praat je in je slaap, dan kijk ik naar je

liggen we onder de populieren en de maan

weet dat ik je altijd hoor, zal zoeken waar ook

van mij mag je ' het houden van ' lang bewaren..

 

 

  

Henk Knibbeler, © augustus 2015 

Lees het gedicht  moet je luisteren mijn lief, Iets verder..

 

Gedichten

 

 

 

Fragment


 

Zij staat in het felle licht
met de ochtend onder haar armen
er volgt een passage die
bundels zonnestralen meesleept
stofdeeltjes dansen achter haar

Even later komt ze terug en legt
haar gezicht op het einde van het bed

Ik pak het boek rupsjenooitgenoeg
lees haar voor over groene blaadjes


 


 

Henk Knibbeler © 2015

 

 

Gedichten

 

 

Interludum


Vroeger zaten de zaden tussen het graan
men mengde zaden van o.a Korenbloem, Spiegelklokje
Wilde ridderspoor, Kleine en Gewone klaproos
en Bolderik door het graan..
men at de giftige zaden van de prachtige Bolderik
en kreeg soms last van buikkramp, duizeligheid en
dacht niet er niet aan dat het in het brood zat!

Er kwam een zuivering van gewassen, thans is de
Bolderik zeldzaam geworden en als je hem ziet, soms
ook in wegbermen waar Gemeenten kruiden zaaien,
dan moet je even stoppen en kijken hoe mooi en
fraai de bloemen zijn, de plant is nu beschermd! 


 

Over de bolderik en mijn grootmoeder

Bolderik, bolderik wat zijt gij een duvelke 
uw kroontje spelt mij heel wat op de mouw
ge beklemt mij en tegelijk zie ik uw tranen
maar verder toont ge geen enkel berouw


O, gij bolderik schoonheid van blomme, zal
ik mij deez avond in andere sferen wanen
bolderik, bolderik, ge zaait in oude wonden
mijn grootmoeder drukte u tegen haar borst


Sneed plakken mik in vroege ochtendstonden
ze lachte de dag in, gaf mij d'n dikste korst
grootvader nam zijn pakske brood en vertrok
naar het werk op zijnen velo als een vorst


 

Maar dikwijls begon de maag op te spelen
en dronk hij zijn thermosfles mee koffie leeg
och arme, de man moest nog uren voortdoen
eenmaal thuis zag hij grootmoe koken en zweeg


 

Henk Knibbeler, 2015

 

 

 

 

 

Gedichten

Na de regen..



Zong de merel zachtjes een deuntje
in de vergelende berkenboom, stond
het zandpad en de karrensporen vol
met water, dus liepen wij op de rug

En wat hoger over de heide, sluiers
verse regen hingen als herfstgordijnen
over het landschap, de bosrand brak

Wij zagen het geweizwammetje, de
berkenzwam, de braakrussula, het
eekhoorntjesbrood, de aardappelbovist
een groepje vliegenzwammen, sommige
nog veilig opgeborgen in het velum en
andere uitbundig zwaaiend met hun hoed
vooral de grote parasolzwam riep ons..

Hoezo somber, hoezo depri, kijk kinderen
met grote ogen, regenpak, laarzen en 
vragende open mond houden zij een spiegeltje
onder de paddenstoelen en dan.., dan
begint hun sprookjeswereld te leven, ze
roepen naar elkaar om de mooiste soorten

We dansen samen in een heksenkring, onder
een oude beuk spreken we over kabouter
spillebeen.. ssstt, luisteren of hij misschien
niet onder die krulzoom zit te gluren, de
handjes gaan op elkaar, de zomer en regen
spelen krijgertje met de zon, zij genieten..

De onstuimige wind nam de sporen mee en
was even verderop stil in het gras gaan liggen

 

 



Henk Knibbeler©2015

 

Gedichten

Langs hoppevelden en staminees


 

Schone uithangborden in Pajottenland
markeren onze tocht, op zoek naar de
geuze en de kriek, vertelsels en liekes
gevels mee varens en muurleeuwenbek

Den subieten Dood, den ouden Spijtigen
Duivel, het Stroblommeke van Papier en
Het Vossegat, hoeveel kriekskes brengen
ons naar den ondergaande zon vandaag

Suuske van Looi geeft een bazenbierke
hangt mee haar borsten op den toog
nen snotteraar vraagt om speelkaarten
kijkt zijn ogen uit als zij zich bukt, zo

Is een echte Pajot, lustig en curieus 
op tijd zijnen geus en wars van colère, wij
zijn ermee weg, aanschouwen het krassen
en patineren van de laatste zonnestralen

Content zijn de mensen onder dit laken
van groen en heuvels, van geuzeverhalen
ik zwaai naar de hoppe, het meiske van vlas
pertang een schoontje, zoekt geen ambras

Salue Pajotten, tot een volgend keerke
zwijgt over de pinten en mijn gratis concert
amai, die pianoforte was nen patattenkist
ik eindig mee rijm, ge hebt u echt nie vergist


 


 

Henk Knibbeler, 2015©

 

Gedichten

Verschroeid Vlaanderen

 

Geel ziet het landschap, geel

en niets anders dan geel, dor

en droog, de klei aan klompen

geregen, de tarwe arm van aar

 

Het zindert boven de vlasakkers

zoveel hitte bijeen in mijn land

koebeesten liggen onder struiken

het gras is te taai, de huid bleek

 

In de middag verdooft zelfs de vis

en hoe zou ik tegen haar alsnog

moeten zeggen, effekes niet schat

terwijl haar armen met wind zwaaien

 

En daar is de stad, straten als vuur

drommen mensen dragen hun zweet

winkel in en winkel uit, amai toch

er sijpelt water door de tunnel, hoe

 

Zou het zijn als een golf ons verzwelgd

is het lopen met haar door dit ultieme

koudefront, klamme handen en zicht

op geel een verademing, tot boven..

 


 

 

Henk Knibbeler, juli 2015

 

Gedichten

 

 

Langs geurende Jasmijn

 

 

Een klein paadje verleidde mij

te gaan naar de oude grafsteen

witte bloemen benevelen alles

om de oude stenen en kruisen

 

Lindebloesems verposen zacht

tussen het gebladerte, een vink

slaat zijn slag, ik hoor de doden

die niet meer zijn in lege graven

 

Een opzij geschoven steen geeft

licht aan een tongvaren, sporen

op de bladeren tonen vooruitgang

geen beenderen klagen meer..

 

Terwijl ik denk aan de Jasmijn in

mijn jonge jaren, voorbij ging aan

parfumerende geuren, stillekes

over de haag boog, ze plukte voor

 

Mijn moeder, wit was haar kleur

en ze kon zo mooi zingen als ze

buiten de was ophing, ik achter de

schuur naar haar luisterde in tranen

 

 

 

 

 

 

 

Henk Knibbeler©2015

 

Gedichten

 

 

 Tandem

 

Vasthouden is het devies

vooral niet loslaten

iedere grasspriet of bloemknop

geeft wel enig houvast

 

De fijne doornharen haken

bij iedere landing, ze zorgen

voor enige zekerheid

je zult er maar onder bungelen

 

En dan gaan ze weer, samen

het luchtruim, de wind, uren

achtereen siert deze tandem

boven het water in knalrood

 

Zij spreken niet van liefde

houden de aarde wel bij elkaar

en zichzelf, net als wij proberen

het beklijft als zij zo hangen

 

Vasthouden is het devies

even loslaten wekt verwijdering

iedere steen, boek of een lach

maakt zoveel verbindingen, vanzelf

 

 

 

 Henk Knibbeler©2015

 

Gedichten

Vlaanderen in blond


 

Koren wuift mij na door de polder
het knikt al overrijp op de grond
in de verte steken knotwilgen af
tegen de hemel in zwart vermomd

Schelpenpaadjes lopen als linten
langs de kreken en akkers zo lief
kruiskruid en zwaluwen zomeren
samen met een krijsende visdief

Vlaanderen waarom ben je zo mooi
en lig je daar lui in het lage land
torentjes spreken, boerderijen zijn
monumenten de kust spoelt mijn hand

Als ik dijken met 'n pintje besprenkel
kinderen op het strand zie spelen
dan weer in het hoge koren verdrink
het vlas is gaan liggen en einders helen

 

 
Henk Knibbeler© 2015

* klik op de foto om het Scheldelandschap te bewonderen

 

Gedichten

'n wit papierke



't is den avond 
van teder en zacht 

van donderdagwolken en 
roepende kievitten op het land, 
van u, van jij en jou..

met de nacht voorhanden
tussen zuivere zilte wind
en jouw haren, kalmeer ik
praat tegen je huid
leg knopen in het wit

't is den morgen
van dauw en jong gras
van vrijdagliefde, grote ogen
bestoven telefoondraden
die ons samen bedekken


 

Henk Knibbeler©2016

 

Gedichten

 

 

Sluitertijd


 

Zie mij als een zaailing, een wimper
aan een stekelige vrucht die ergens
is blijven hangen aan een Jeneverbes
uiteindelijk is gevallen
in hoge zandgrond tussen de heide
daar met een zandhagedis opgroeide

Zie mij als een klein en nietig wezen
wat mag wonen in zijn wereld, even
zingt als de zon schijnt, treurt wanneer
regen het riet striemt, maar opstaat

Als mijn kinderen terug zijn van hun reis
naar de eenzaamheid, tien jaar lang
zie mij met kijker en camera tussen al
het waardevolle wat ik mag overdragen


 


 

Henk Knibbeler©2015

 

Gedichten


Korte wandeling

 

Ik praat met jou in boekdelen

bladzijden gebaren wij vol

jij hangt in mijn rechterarm

luistert naar stille tranen

 

Voor ons een hemeldeken

zwanger boven de horizon

wij verdelen het uiteengaan

in brokstukken vol weemoed

 

 

 

henkknibbeler©mei2015


 

 

Gedichten

 

54 jaar geleden, 22 mei 1961

 

 

Stierf mijn eigen vader, plotseling

op een mooie warme lenteavond

in de kracht van zijn jonge leven

greep de dood ineens naar de macht

 

Buiten jubelden jonge spreeuwen

die zich onder het dak ophielden

hun verenpak nog mager en donzig

geen weet van wat zich achter glas

 

Moeder verkrampte voor de nacht

zich meester kon maken van wanhoop

en verdriet, van ongeloof en donkerte

ergens moest een duivel de klok luiden

 

Vandaag denk ik aan hem en bejubel

mijn moeder, pluk lelietjes van dalen

en steek een kaars aan zodat het licht

extra lang blijft branden vanavond

 

Nog altijd mis ik hem, mijn vader en

leef in een fantasiewereld omdat er

geen aandacht was voor die kleine jongen

de lente van toen is nog altijd dezelfde

 

 

 

 

Henk Knibbeler©22 mei 2015

 

Gedichten

 

Vogelwind

 


 

De wind kwam vanochtend met de dood
het land invallen, onstuimig en briesend
met wilde vlagen geselend over gewassen
een zeis vol wolken voor oogverblindende
zonnestralen, mijn land oogste lichte herfst

Witte was stak scherp af bij de donkere
opbollende luchten, waaide hoog op, stak
lege armen en benen in een keurslijf waar
de dode straks in zou verblijven, gekloofd
hout trok zich samen tot draagbaar verlies

Ik zie een fietser in zwart pak voorbijgaan
zijn broek waait achter hem aan, het stuur
blinkt verkeerd en de bomen wuiven nauwelijks
in de goede richting, aan welke zijde zou
het graf straks beter liggen, kraaien stuiven

In formatie aan hem voorbij, de wind raast
adem uit, zij draagt een scarve in zwarte zijde
verlaat het huis aan gene zijde waar een golf
van droefheid haar handen vult, waar onmacht
meedrijft naar de horizon, het land verlaten


 

 Henk Knibbeler © 2015

 

Gedichten

 

 

Celtic fields


Er groeide huttentut in
de bronstijd, men wist
nog niet dat wij er mogelijk
biodiesel van zouden maken

Die Romeinen legden raatakkers
aan, waar duivenboon en spelt
ook werden gezaaid
dat waren de echte kruidenakkers

Spiegelklokje sprak toen nog
weliswaar tot de verbeelding, maar
men sliep met lief en al in het
strijdveld, voerde elkaar

Granen, mager van stuk, zacht
ook emmertarwe en pluimgierst
werden gretig als vechtvoer gegeten
van huttentut maakte men bezems

Wij eten brinta en stofzuigen zelfs
ons gazon, daarna gaan we slapen
gevleugeld stijgen wij tegen de wind

en beter weten tot boven het maaiveld




Henk Knibbeler ©2015 

 

 

Gedichten

 

 

 

      Madame Geneva


 

De zomer hangt al in de lindebomen
lanen zijn verguld met bloesemregens
een enkele dag is er al zwoele armoede
dan gaat ze met haar tas naar de markt
gekleed in een grijs geruite rok en op
halfhoge hakken, grote blauw hoed met
een paar struisvogelveertjes als scherm

voor de zonnestralen, gaat haar ijdelheid
langs voortuintjes en harkende buren
iedereen knikt en kijkt haar na, men leunt
op de schop om haar in de laan te zien
verkleinen, totdat ze opgaat in het groen

Madame Geneva heet ze, is vierentachtig
en een jaar geleden overleed haar man
aan een hartstilstand vlak voor de bakker
zijn winkel, onthutst keek de hele buurt toe
de deftigheid en afstand die men gewend

Was verdween daarna, ze werd menselijker
deelde kersen uit en gaf kleding weg, ja
ze sprak met de schoenmaker en wandelde
met haar hondje door het park, nu gaat ze
alleen zonder hondje door de lange lindelaan

Ze verdwijnt in de horizon van haar verleden
de veertjes dansen mee, van links naar rechts

 

 
Henk Knibbeler©2015

 

Gedichten

 

 

Lenteklokjes, een drieluik..

 

1

Ieder voorjaar zei ze weer tegen me
heb je vandaag de kermis in de hel gezien
die waterkristallen van ijs
verwarmd door de zon en omgezet in
een prachtige regenboog..

En bloeien de lenteklokjes al, kunnen we
weer eens gaan op een ochtend
haar handen op de schoot, steeds maar
naar buiten kijkend naar de vogeltjes

Ze zullen wel weer uitgebreid zijn
denk je niet..
is morgenochtend een goed moment
terwijl ze haar kopje thee omarmt –


 


 

Henk Knibbeler©2015

 

Gedichten

 

 

- 2


 

Oh, kijk nou eens hoeveel wiegende
klokjes, wel meer als duizend voel ik
en zie je die geelgroene vlekjes op het
prachtig witte klokje, ik ben er stil van

Ik liet haar even staan tussen het witte
op afstand bewonderde ik haar
ze knielde en bekeek, telde de kelkblaadjes
vlakbij haar een roodborstje, nieuwsgierig

En de lente begroette een oud dametje
misschien nog één keer
ze riep, kom we laten ze met rust hier

Het is mooi geweest zo, ik weet het weer - 


 


 


 

Henk Knibbeler©2015

 

Gedichten

 

 

-3



..Nog even de binnenkant goed bekijken
ze had haar flora stiekem meegenomen
die kleine Heukels van de middelbare school
uit 1909 en ze las mij voor, zei, luister goed

Stengel 1, zelden 2 bloemig, 0,10 - 0,25 hoog
samengedrukt, bloemdek wit met aan den
top groene slippen en haar boek klapte dicht

Ik stond versteend en vervuld met blijdschap
wat je tegenwoordig niet meer mag zeggen
en we gingen verder door de stinzentuin, het
was een grote verrukking en ze lachte

Maak jij maar foto's nu, dat is goed voor later
ze gaf haar flora aan mij en ik heb hem
nu in mijn boekenkast staan naast de
nieuwe Heukels, wat een herinnering, wat een sieraad


 


 


 

Henk Knibbeler©2015

 


 


 

 

 

Gedichten

Zindering

 

 

Nog is het licht meer achtergrond
verwrongen tot lakenlucht
er danst nog niets, sprakeloos
zwerft een bejaarde libel
over de spankracht van ijswater

Het wiegen van jonge takken als
wezen in de winter bevalt mij
meer nog dan verborgen groen
en liefde die onderhuids broedt

Waar ben je toch neergestreken
mag ik zeggen dat ik je mis
dat ik je zoek bij oude vlierstronken
bevroren en met gaten in je hart..

 

 

 

 

 Henk Knibbeler©2015


 

 

 

Gedichten

 

 

 


IJsbloemen op het raam..


 

Het vroor keihard in die winter, 1957
moeder had een warme kruik achterin
mijn bed gestopt, gewikkeld in molton
anders zou ik mijn voetjes verbranden


De rest van het bed stond stijf van de
kou, buiten raasde een sneeuwstorm
- het glas veranderde in het maanlicht -
omdat ik toch niet kon slapen van de kou
ademde ik tegen mijn raam en toverde

IJsbloemen tevoorschijn, waaiers van
kristallen, kelken van rozen, takken die
verhaaltjes vertelden en tikten op het
raam, ik stond op mijn tenen, bloemen
blies ik, de mooiste, tot de deur openging

Moeder hurkte naast mij neer en keek, ik
voelde haar warme hand op mijn rug, ze
zei - ' mooi hè jongen ', wat een juweeltjes
vertelde toen het verhaaltje van de ijsfee
tot ik prikkelende ogen kreeg, droomde..

Met mijn voetjes tegen de warme kruik
ze kneep nog in mijn tenen toen ze wegging

 

 

 

 

 

Henk Knibbeler, januari 2015

 

Gedichten

 

 

Van Zuidzande naar St.Kruis


 

Hoe staat gij, schaars gekleed
te wapperen op d' oude zeedijk
leunend op een straffe wind
uw dijen omhelsd met flarden

Er keren groepen zwanen terug
van de grote kreek nabij
zij buigen in hun verenpak
gracieus valt wit op grijs en zij

Mijn achterland verpietert snel
sterft in lagen blad en loof
ik wuif u toe mee mijnen klak*
als gij verblijft in deze winterkloof

Och lief dorp, omringd door klei
een hymne zingt om al u daken
kerst doet het kerkklokske luiden
tot ver in 't land als kreken kraken


 


 

 

 

Henk Knibbeler, januari 2015


 

* een klak is een pet 


 


 


 

 

 

Gedichten

 

 

"The Hounds Of Winter"

 

 

Mercury falling
I rise from my bed,
Collect my thoughts together
I have to hold my head
It seems that she's gone
And somehow I am pinned by


The Hounds of Winter
Howling in the wind
I walk through the day
My coat around my ears
I look for my companion
I have to dry my tears


It seems that she's gone
Leaving me too soon
I'm as dark as December
I'm as cold as the Man in the Moon

I still see her face
As beautiful as day
It's easy to remember
Remember my love that way
All I hear is that lonesome sound
The Hounds of Winter
They follow me down

 

 

 

 

 Lyrics by Sting©

 

 

Gedichten

 

 

 

Oud licht


 

In het arme licht, het gloeiende licht
ligt mijn polder te verdrinken, ze zucht
onder de gratie van gekregen bundels
zonnestralen, ze ruikt naar wintermos

Ziet hoe de hemel zich vergaapt aan 
de snoeren met parels, het vergulde van

Mijn land, hoe de nacht zich opoffert
aan het onweerstaanbare van de morgen

Proef het zout, steek u lach in een schelp
en geniet, kijk, kijk en droom efkens weg

Het mag van mijn polder, zij verwacht u
in al haar schoonheid, in al haar blijdschap


 


 


 

Henk, 31 december 2014

 

Gedichten

 

Frozen moments


 

Nothing compares with 
your blue eyes 
and white skin
even in the quietest moments

Wintertime saves the heart
rises in frozen love
for a while and sometimes
I remembering you..


 


 

henk Knibbeler, december 2014


 

 

Gedichten

 

 

Overgang

 

 

Ik vroeg mij al af waar je was

kon je niet vinden

tussen het oude groen en de

vergelende kantige randjes

 

Overal nieuwsgierige hoedjes

zonder veertjes, maar blij

converserend met de blauwe

maan, spectaculaire liefde..

 

Het dwarrelen van spoorslags

passerende schoonheid, jij

uit je schaduw, ik achter glas

beiden op weg naar overgang

 

 

 

 

 

henk knibbeler©nov.2014

 

 

Gedichten

 

 Moederke

 

 

Vandaag mag ze rusten
voorgoed
omgeven door het witte
zand in het zwarte donker

 

Wij kijken van boven neer
op haar, maar eigenlijk kijkt
zij van boven neer op ons
zij in stilte, wij in het lawaai

 

Van het overige leven zoals
daar zijn de ruzies, haat en
afgunst, jaloezie en ongekende
zucht naar macht en materialisme

 

Vandaag mag ze rusten
mijn moederke
voorgoed
omgeven door het witte zand -

 

 

 

 

 

Henk Knibbeler©7 november 2014

 

 

Gedichten

 

Het sneeuwde zachtjes om haar..

Grijs en strak stond de lucht boven ons
die ochtend, aan de randen van de akkers
lag een beetje sneeuw, berkenbosjes
verschilferde van schors, een enkele
verslapen kraai kraste zich over het land

Zij was opgebaard in het midden van haar
uitgesproken wens, eenvoudig en houdbaar
nog op deze vroege morgen, te midden van
de stilte, de wuivende bossen om haar heen

Ik keek naar het gezicht, streek met mijn
wijsvinger over haar voorhoofd, neus en
mond, zo de contouren volgend van mijn
moeder, van wat zij mij nog wilde zeggen

Wit in wit, doodgeverfde oude kamille in
haar handen, een hoge toon van de muziek
trok als een laken over haar, sereen en
aanhoudend koud klonken stemmen in

Dit huis waar wij waren, zij hield van Preisner
Requiem, stofte de stilte, ontsteeg zichzelf
haar lichaam ademde nog, de huid verkruimelde
och, mijn moederlief, laat mij door je haren

Strijken, de groeven in je huid eigen maken
en kijken naar je, verdriet om je schoonheid
hebben, je woorden, je zalving, Agnus Dei
zingen voor je tot diep in de oude bossen

Stijg maar, ga maar hoog, ik omhels je om
je mooie handschrift, mijn vuile broeken, de
boze pastoor, de melkfles half leeg en dat
onvergetelijke verhaaltje steeds, ga nu maar..

Ik luister naar je muziek en herhaal, herhaal
de schoonheid, zo mooi, mooi mens, zo mooi

 
Henk Knibbeler, 3 november 2014©-
Muziek van Zbigniew Preisner, Requiem for a friend

 

Gedichten

 

 

Madame Fusiger

 

Verward stond ze daar, alleen
in al haar schoonheid
het licht omhelsde haar, een
kus zou haar wakker schudden


Haar bokkenpruik sprak mij aan
zij sprak echter niet terug
en liet zich gewillig bekijken
ik was beduusd van dit wonder


Zou ik haar vragen voor halloween
als vertegenwoordiger van Mars
muziek klonk, Division Bell, zou
Pink Floyd haar ooit gezien hebben
 

Ik verdronk in haar liefdevolle blik
ze gaf mij wel duizend handen
vol sporen, het beklijfde, zal zij
ooit in deze humus haar muze vinden

 

 


 


 

Henk Knibbeler©2014 31 oktober.  

 

 

Gedichten

Het grijze voorbij..

 

 


Er is niets van overgave, het licht
deelt bundels uit, gratis..

Warmte kruist door de avond van
de dag en uitbundigheid laait op
ik ga slapen met een zachte stem
preludeer op een vrolijke winter

Vlokken dansen door de nacht, op
het raam ijsbloemen groeiend naar
een patroon wat door een tocht langs
sponningen zeldzame soorten vormt

Er is weer beweging, blijdschap laat
zich lezen, die stem omhels ik en
meer, hoe mooi kan Vlaanderen zijn
in taal, landschap en vooral in haar..



 

 

Henk Knibbeler©2014 juni

 


 

 

 

Gedichten

 

 

Een zotte morgen

 

 

Er klinkt gejubel in het herfstbos
stillekes breken zonnestralen doorheen
de nevelen en het oude bladgroen
boomklevers om ons heen juichen

Het mos is nog nat, wij komen voor
de zeer kleine zwammetjes, mosklokjes
en taailingen, maar het lijkt wel een dag
die langzaam open wilt gaan, dan boven

Ons een paar goudvinken, feestelijk in
hun prachtige verenkleed, geen telelens
bij me, maar ik maak gedachtenfoto's
en sla ze op, we verstillen in de morgen..

Tussen het mos alleen maar wondertjes
zo klein en allemaal familie van elkaar
de dauw werkt mee, het licht betoverend
mostapijten zijn nat net een waterbed..

 

 

 

Henk Knibbeler© 2014 sept.

 

 

Gedichten

 

 

Het coniferenbos

 

 

Niet wetende dat we in het

kleine Nederland naast eiken

beuken en dennenbossen ook

nog coniferenbossen hadden

 

Ging ik schoorvoetend dat nieuwe

paradijs binnen. Fijn groen geurde

dikke lagen met groot laddermos

lieten mij over bonaparte lopen

 

Klapwiekend vlogen bosduiven

uit de dichte boomkruinen het

zonlicht tegemoet, de bodem donker

geheimzinnig en vol verrassingen

 

Ik waande mij in een paradijsje

niemand was er, overal nieuwe

paddenstoelen, soms oranjegeel

dan weer rood en gifgroen of zwart

 

Eigenaardig toch deze ontdekking

zonder voetstappen en beklijving

van andere wezens, een mooi kerkhof

dacht ik toen ik mij even neerlegde -

 

  

Henk Knibbeler,© september 2014

Slaapgronden 

Slaapgronden

 

 

Slaapgronden

 
Het verdriet ligt verscholen in de avond
aan de oever van een slingerende beek
uitgesleten bochten, vechtend drieblad
vochtige augustusdag, klamme vermissing

Ik kan jou met duizenden zinnen raken
weerspiegelen en kabbelen, steile oevers
er gaan bladeren voorbij, ze passeren
draaiend, dansen opgekruld van ouderdom

Voorbij gaat mijn droom, mijn zachte libel
zo fragiel in dit turbulente schilderij, jij
zou kunnen springen, dan ving ik je op met
vallend blad in de bocht, dat beklemt mij

Oude nesten warmen zich aan voorbijgangers
het jonge leven speelt al tussen de golven
van liefde en onbezorgdheid, van maanstonde
tot de ochtend waar tranen naast elkaar slapen

 

 
Henk Knibbeler©augustus2014

 

Gedichten

 

Als gij het bent..


In welk een aangezicht beschrijf ik
uw afwendende blik naar de tuin.
Waar sneeuwbes en forsythia's
in oude bloemtrossen vergaan


Het haar op een knot gestoken
ligt strak uitgelijnd op het hoofd.
Haar blik is droevig, de poes strijkt
met hoge rug langs haar plooirok


Tijd betekent stilte, indringend
is haar blik, zij ziet om in wrok.
Ik schilder die aanblik met het licht
en de achtergrond, als gij het bent


Die mijn moeder was. Mij in dekens
verstopte en kruiken aan mijn voeten
legde. Ken ik uw armen nog, uw wang,
bent gij die vrouw in zwart, in tranen


 


 Henk Knibbeler

 

Gedichten

 

Zingende dauw

 

 

De dood is net een cello
geen mooier geluid klinkt
op deze morgen, tranen
strijken op de snaren neer

Terwijl ik naar de kist staar
en naar haar moeder die
vecht met de cello om stilte
maar een merel verbreekt

Geheel in het zwart gehuld
al fladderend in hoge tonen
kanten sluiers en pronkhoeden
nooit was schoonheid zo mooi

Mijn handen proeven grond
waar de dode zal verblijven
de cello vormt de wierook en
zalft dat wat zal verstijven


 


 

henk knibbeler© 2015


 

 

Gedichten

 

Een zomerdag voorbij

 

Dertig graden, een stil landschap
waar bloemen een zoom vormen
vlinders, bijen en libellen zwijgen
in de zinderende hitte, het blauw

Stuurt wijze wolken naar het oosten
zij drijven naast elkaar in formatie
ieder met een boodschap, tranen 
ingehouden, de wind aan hun zijde

Er gaat een vliegtuig hoog voorbij
geen strepen, geen geluid, stilte..
ik kniel in het gras, een groene specht
lacht gebroken onder de zomereik 

 

 


Henk Knibbeler, 2015


 

 




Stuur e-mail



* Invoer verplicht
Website by Folibee